Bouw van het oog

De wand van het oog bestaat uit drie lagen. Van buiten naar binnen zijn dat:

  • cornea (hoornvlies) die aan de achterzijde overgaat in de sclera (oogwit)
  • uvea, bestaande uit iris (regenboogvlies), corpus ciliare (straallichaam) en choroidea (vaatvlies)
  • epitheel, aan de achterzijde overgaand in de retina (netvlies)

De holte van het oog wordt opgedeeld in drie ruimtes:

  • voorste oogkamer; tussen cornea en iris
  • achterste oogkamer; tussen iris en lens
  • corpus vitreum (glasvocht) tussen lens en retina

De lens

Een dubbelbolle lens waarbij de achterzijde wat boller is dan de voorkant is opgehangen aan vezels van de corpus ciliare. Door samentrekking van de kringspieren in het corpus ciliare wordt de lens boller (elasticiteit van de lens).

De lens bestaat uit concentrische lagen vezels, die door een epitheellaag aan de voorzijde (vlak onder het lenskapsel) worden aangemaakt.

Collie Eye Anomaly (CEA)

Komt voor bij de Lancashire Heeler, Schotse Collie (lang- en korthaar), Border Collie, Sheltie en de Bearded Collie. Er bestaan verschillende gradaties:

TORT

overmatige kronkeling van de bloedvaten in de retina. Er is discussie of deze vorm onderdeel is van CEA.

CRD (ChorioRetinale Dysplasie)

op bepaalde plaatsen is het netvlies - vaatvlies niet goed aangelegd

Bovenstaande vormen geven weinig tot geen problemen met het gezichtsvermogen.

COL (Colobomata of sluitingsdefecten)

er zitten als het ware 'gaten' in de retina; deze gaten geven nauwelijks problemen bij het gezichtsvermogen.

AR (Atresia Retinae)

Loslaten van retina. Het is duidelijk dat dit het gezichtsvermogen negatief benvloedt.

IOB (IntraOculaire Bloedingen)

In het oog treden bloedingen op. Afhankelijk van het aantal en de grootte vermindert het gezichtsvermogen hierdoor.

HP (Hypoplastische Papil of onderontwikkelde oogzenuw)

Onzeker of dit onderdeel uitmaakt van CEA.

Vererving en bestrijding

Tot voor kort was het alleen mogelijk om via oogonderzoek lijders te vinden en eventueel door stamboomonderzoek dragers op te sporen. Sommige fokkers lieten ook de pups op de leeftijd van zeven weken onderzoeken om zodoende vr de verkoop lijders op te kunnen sporen. Hieruit kwam ook een discussie over het fenomeen "go normal"; dit betreft een dier waarbij als pup CEA is vastgesteld, maar die op volwassen leeftijd geen waarneembare verschijnselen van de ziekte vertoont

Vrij recent is er een commercieel beschikbare DNA-test ontwikkeld (Optigen) waardoor het mogelijk om ook dragers op te sporen. Uit het onderzoek voor deze test is gebleken dat het enkelvoudig recessieve vererving betreft. Zowel lijders als dragers zijn met de test op te sporen